Logo Minters Mantelzorg

Ik ben er niet groos op...

“Ik ben er niet groos op”, valt Frans (74) met de deur in huis. “Toen het gebeurde wist ik meteen: dit is niet goed. Ik heb contact opgenomen met een mantelzorgconsulent die ik kende van het Mantelzorgcafé, want ja, ik was te ver gegaan.” Frans heeft ons zijn verhaal verteld. Om te laten zien hoe zoiets kan gaan. Hij vindt het belangrijk dat de signalen op tijd worden herkend om erger te voorkomen.

“Mijn vrouw en ik hebben altijd in de Randstad gewoond. Ik werkte in de wegenbouw, zij zorgde voor de kinderen en het huishouden. Traditioneel misschien, maar het werkte voor ons. Ze was een sterke, zelfstandige vrouw. Onze kinderen hebben gestudeerd, en daar ben ik trots op. Na mijn pensionering zijn we naar een mooie fietsprovincie vertrokken. We fietsten altijd graag en onze kinderen waren de deur uit. Wij wilden weg uit de drukke stad en hebben ons huis verkocht. Dat ging toen heel wat makkelijker dan nu! Ons nieuwe huisje stond vrij en er zat behoorlijk wat grond bij. Ik ben dol op tuinieren en mijn vrouw werd actief in het dorpsleven. De eerste acht, negen jaar waren fantastisch. Toen – maar dat weet ik nu pas, achteraf – werd mijn vrouw ziek. Ze zwalkte soms en viel zo nu en dan. Maar het was moeilijk om er met haar over te praten. Maar wat ze wel zei, en steeds vaker, was dat ze terug wilde naar onze vorige woonplaats, waar we geboren en getogen zijn. Ik was daar helemaal niet blij mee. De situatie werd er niet beter op, en onze relatie ook niet. We leken wel uit elkaar gegroeid. Uiteindelijk waren haar valpartijen, soms ook met de fiets, aanleiding voor een bezoek aan de huisarts. We werden verwezen naar een academisch ziekenhuis, waar na veel onderzoeken aan ons werd verteld dat ze een nare hersenaandoening had. Ze was ongeneeslijk ziek en we wisten niet hoeveel tijd ze nog had. Het was een geweldige klap voor ons. Helaas konden we daar niet goed met elkaar over praten.”

Teruggekeerd

“Met pijn in het hart heb ik ons mooie huisje met de schitterend geworden tuin verkocht en zijn we teruggekeerd. Hier hebben we een gelijkvloerse woning gekocht, maar niets wat ik deed leek haar tevreden te stellen. Ik kende mijn vrouw niet meer. Ze viel steeds vaker en ze viel ook geregeld naar mij uit. De sfeer was heel onprettig. In overleg met de huisarts ging ze elke week een dag naar de dagopvang. Vreselijk vond ze dat en tegen mij zei ze dingen als: ‘Breng me dan maar helemaal weg’ of ‘Je wilt zeker van me af’. Voor mij was die dag belangrijk, want dan kon ik even tot mezelf komen.”

Toen sloegen bij mij de stoppen door

“Ik zorgde voor haar, en dat deed ik met liefde. Maar die zorg werd, ook in lichamelijk opzicht, steeds zwaarder. Ik kon haar bijna niet meer torsen of in bed krijgen als ze was gevallen. Door de bloedverdunners die ze kreeg, waren er snel blauwe plekken zichtbaar waar ik haar had vastgehouden. Ze zei dan dat ik haar kneep. Natuurlijk was het voor haar ook moeilijk. We hadden geregeld woorden, vaak om niets. Mijn vrouw was dol op boodschappen doen, maar dat ging eigenlijk niet meer. Dus deed ik dat. Maar ze kon woedend zijn als ik per ongeluk de verkeerde broodjes meebracht, of iets vergat. Ze heeft me ook wel eens een klap met haar tas gegeven. Die ene keer, toen ze weer op de grond gevallen was, werkte ze niet mee toen ik haar probeerde op een stoel te krijgen. Ze zei lelijke dingen en spuugde me. Toen sloegen bij mij de stoppen door. Ik heb haar geslagen, en dat had ik niet moeten doen. Ik wist meteen: dit gaat niet goed. Ik moet hulp zoeken.”

Mantelzorgcafé

"Nu ging ik al een tijdje elke maand naar het Mantelzorgcafé, om te luisteren maar vooral om er even uit te zijn. Er is daar altijd een mantelzorgconsulent bij, en die dame heb ik gebeld. Ze heeft heel goed geluisterd en gehandeld, hoewel ik het heel erg vind dat ik werd geregistreerd in het kader van huiselijk geweld. Ik heb een gesprek gehad met een maatschappelijk werker die gespecialiseerd is in dit soort zaken, en ook met mijn huisarts. Ik heb mijn vrouw nooit meer aangeraakt, althans niet meer geslagen. Zo nu en dan had ik ook een gesprek met de mantelzorgconsulent, wat heel fijn was.”

Gezellige zondagen

“Elke zondag haal ik mijn vrouw op en zijn we samen thuis. Ze doet wat huishoudelijke dingen, we maken soms een rolstoelwandeling en ik kook voor haar. Dan breng ik haar weer terug. Ik vind het gezellig, die zondagen. Maar zij zegt er niets over. Dat vind ik wel erg. Door de week bezoek ik haar om de dag, vaak neem ik een plantje of een bloemetje mee. Ik ben blij dat ze zo goed wordt verzorgd. Het is jammer dat ons huwelijk, dat toch vijftig jaar goed geweest is, zo moet aflopen…”

Een realistisch beeld...

... van de dagelijkse praktijk

Minters Mantelzorg
Burgemeester Van Lierplein 51
3134 ZB Vlaardingen

T 010 435 10 22
E info@mintersmantelzorg.nl

© 2021 Minters Mantelzorg|E-colofon